OVERDENKINGEN VAN EEN CORONAPATIËNT IV


Deel 4, ‘I can’t breathe’

Op vrijdag de dertiende maart werd ik ziek. Inmiddels ben ik bijna drie maanden verder, en behoor ik tot de groep die langdurig naverschijnselen heeft. Kortademig, benauwdheid op de longen, en na enkele oplevingen telkens weer een terugval. Het lijkt bij het corona patroon te horen. De artsen noch de wetenschap weten exact wat er aan de hand is. Naast de nodige voedingssupplementen, medicijnen en huis, tuin en keukenmiddeltjes loopt mijn eigen – innerlijk- onderzoek ondertussen ook door: wat heeft de ziekte mij te zeggen? En wat is de boodschap van de pandemie voor de hele wereldbevolking?

Het lijkt in de media – zowel mainstream als alternatief – vooral te gaan over de gevolgen van de pandemie: de noodmaatregelen, de economische impact, de politieke verantwoordelijkheid, de emoties en de theorieën. Iedereen is in meer of mindere staat van paniek. Het is een pandemonium van mondkapjes, 1,5 meter, afplaklinten, elkaar verklikken, verhitte discussies, elkaar tegensprekende verhalen etc. Het toont perfect waar de woorden Paniek, Pandemie en Pandemonium vandaan komen: Van de kleine duivelse bosgod Pan, die iedereen een loer draait en de wereld op zijn kop zet. Maar Pan is ook ten sterkste verbonden met de natuur, en hier ligt de ingang voor een dieper onderzoek. Want is het niet juist onze verstoorde relatie met de natuur die ons deze hoge rekening presenteert: van meer dan 400.000 doden tot en met collectieve gekte?

In mijn vorige ‘overdenkingen’ kaartte ik de macht en ongebreidelde hebzucht aan van de farmaceutische industrie: het jarenlange geknutsel met virussen in honderden laboratoria ter wereld, het risico van een ontsnapping van een virus; de bedrijfstak van de biotechnologie die onbeschaamd wetenschap, biologie, en proefpersonen gebruiken voor eigen gewin; het toedekken van de mogelijke oorzaken van de Communistische Partij; de invloed van China op een kritisch programma als Tegenlicht; en de boodschap van Patiënt Nul. Mijn vierde ‘overdenking’ gaat over onze verhouding tot de natuur, over de blanke macht die zich nog steeds superieur acht en over de boodschap van de sjamanen uit Zuid Amerika en Afrika.


Eind mei voel ik me redelijk hersteld en overweeg om naar België af te reizen, om Anne te zien. We hebben inmiddels twee maanden dagelijks contact via de whatsapp. Als haar vader op sterven ligt pak ik gauw mijn spullen en neem de trein. Ik voel dat het belangrijk is dat ik daarbij ben. Ik kom zonder contrôle de grens over, maar voel wel het verschil tussen Nederland en België. In Belgie lijkt het angstvirus nog meer toegeslagen te hebben. Waar de Nederlander zich traditiegetrouw meer verzet tegen autoriteit en ‘Rutte en de Zijnen’ openlijk het vuur aan de schenen legt, zo lijkt alles in Belgie meer onder de oppervlakte af te spelen. Ook hier worden buren verlinkt, maatregelen in twijfel getrokken, maar dat gebeurt op een meer verholen wijze. Uiterlijk houdt iedereen zich angstvallig aan de regels. Een Belgische vriend noemt het ‘Het Brave Belg Syndroom.’

Het angstvirus van de pandemie zet verrassend gemakkelijk mensen en groepen tegen elkaar op. Onderhuidse conflicten en eigen blinde vlekken worden opgeblazen tot groteske proporties. Soms terecht, soms onterecht. Want als het filmpje van de politiemoord op George Floyd viraal gaat breekt een volgende golf van woede en verontwaardiging aan. Als een druppel die de emmer doet overlopen beseft iedereen overal ter wereld dat het kankergezwel van racisme eindelijk met wortel en al uitgeroeid moet worden. Willen we überhaupt als mensheid verder kunnen, dan moet dit onrecht stoppen. No justice, no peace.

In een filmpje vertelt een jonge zwarte vrouw wat we als blanke mensen kunnen doen om te helpen: niet alleen demonstreren, maar in eerste instantie aan zelfreflectie doen. Waar hebben we zelf nog overtuigingen die blank boven zwart stellen, die het gedachtegoed van racisme in stand houden? Ik kan er – tot mijn ongemak – wel een aantal bij mezelf ontdekken.
Als tweede kaart ze aan dat we niet meer weg moeten kijken, maar ons moeten committeren aan de strijd. Mijn mantra van de afgelopen tijd was er vooral een van ‘het heilige midden’ bewaren – holding the space – maar ik onderken ook bij mezelf een angst om de strijd aan te gaan; om werkelijk te zeggen wat ik voel en vind, om me uit te spreken en te gaan staan.

Ik moet denken aan mijn vader, die het prototype angsthaas was. Ik hield zeer veel van hem, maar het was geen held. In de oorlog in Indonesië werkte mijn vader in het hospitaal omdat hij bang was voor het gevecht van de frontlinie. Gelukkig, achteraf gezien, omdat Nederland aan de foute kant van de linie stond. Ik herken in mezelf diezelfde angst. Durf ik echt de strijd aan te gaan? Ik ben meer van het ondergronds, onzichtbaar verzet. Mijn wapen is mijn pen. Dat heeft ook zijn waarde, maar ik voel dat er iets anders wordt aangesproken in deze tijd. Dat blijkt in de eerste twee weken dat ik Nederland verlaat steeds sterker te worden. Ik ben in het land van de Oude Belgen, de ‘dappersten onder de strijders’, aldus Caeasar. Ook in mij wordt het krijgerschap wakker, maar eerst gebeurt er heel iets anders…

De eerste nacht dat ik bij Anne ben gaat het helemaal mis met mijn gezondheid. Ik wordt ‘s nachts wakker en voel me een als een vis op het droge. Ik hap naar adem, mijn longen staan in brand en ik strompel naar de kraan om het vuur te blussen. Ik drink liters water, maar mijn longen zijn weer helemaal terug bij af. ‘I can’t breathe..’
Terwijl Anne in de dagen erna op en neer rijdt voor haar verhuizing en naar haar vader die in het ziekenhuis ligt, lig ik voor pampus op bed in het huis van een goede vriendin van haar. Ik ben niet bepaald het toonbeeld van de ‘man waar je op kan bouwen in tijden van crisis.’ Het enige wat ik kan doen is overgave, in plaats van strijd, en ik daal opnieuw diep af in de krochten van mijn eigen ziel.

Anne maakt een heel rouwproces door met haar vader, die voor haar een grote inspiratiebron en liefdevolle vader ia geweest. Net als mijn vader iemand die niet uitblonk in mannelijke krachtvertoon, maar eerder iemand van de zachte kracht en liefdevolle mildheid. Ik heb hem niet lang gekend, maar zie de enorme bron van liefde en licht die de man uitstraalt. Ik snap hoe hij een voorbeeld is voor Anne. Als er na een heupoperatie complicaties optreden, is het einde niet meer te stoppen. Enkele dagen later overlijd hij, in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen. Drie dagen later trekt Anne de deur achter zich dicht van de plek waar ze lang gewoond heeft. Onze weg gaat samen verder, maar waarheen dat weten we nog niet. Voorlopig logeren we bij haar vriendin Rosemarijn, waar we een eigen appartement hebben met uitzicht op een prachtige tuin. Die tuin begint een steeds grotere rol te spelen nu ik gekluisterd ben aan bed en bank.

Tussen de struiken ontwaar ik een groot stenen beeld van een indiase godin, dat enigszins verweerd is. Samen met Rosemarijn besluiten we het beeld naar voren te halen, aan te kleden en klaar te maken voor een ritueel. Bloemen, wierook en sieraden worden tevoorschijn gehaald en niet veel later straalt de godin in al haar schoonheid als lichtend middelpunt in de tuin. Ik begin steeds meer verband te voelen tussen mijn longen, de bomen en planten om me heen en de grote rol van de natuur. Het is alsof ik snak naar groen.

Als ik een keer in de tuin zit en een filmpje bekijk van een concert voor de redding van het Amazone woud, staat er opeens een sjamaan uit Zuid Amerika naast me. Weliswaar in de geest, maar toch onmiskenbaar. Hij spreekt me dringend aan: ze kunnen de strijd voor het behoud van het regenwoud – de longen van de aarde- niet alleen aan. Hij vraagt me om mijn plek in te nemen en mijn krijgerenergie aan te boren. ‘Maar hoe?’ vraag ik me af. Ik voel me eerder een slappe pop dan een sterke krijger.
‘Je zult een inwijding ondergaan waarin we je begeleiden. Ik zie hoe mijn lichaam in een tempel in ‘the golden temple of Chichen Itza’ wordt gelegd, en hoe ik word aangekleed. Ik krijg oorlogsstrepen op mijn gezicht, veren aan mijn schouders en een masker op mijn hoofd. ‘We verbinden je met Kukulkan, de gevederde slang, zodat je zijn energie kan belichamen.’ Hij blaast met een pijpje een soort stof in mijn hart en longen.

Als ik de volgende dag in mediatie ga zie ik opeens hoe ik in vol ornaat boven op een pyramide complex sta, met duizenden mensen om me heen. Anne komt naast mij staan als ‘jaguar woman’. We dalen de pyramide af en begeven ons tussen het volk om gezamenlijk een ritueel uit te voeren. De vier elementen aarde, water, vuur, lucht worden aangeroepen. Daarna verschijnt het vijfde element, the Great Spirit.
De initiatie is begonnen. Wat een wonderlijke dualiteit. Fysiek tot bijna niets in staat zijn, en in de geest klaargestoomd worden tot krijger voor de aarde.

Op internet lees ik dat in Brazilië vorig jaar ruim 10.000 vierkante kilometer aan bomen werd gekapt in de Amazone, het grootste aantal vierkante kilometer sinds 2008. De ontbossing wordt aangemoedigd door president Jaïr Bolsonaro, die pleit voor meer privatisering in het Braziliaanse regenwoud om de economie te stimuleren.
Het gevolg is dat Brazilië vorig jaar keihard getroffen werd door bosbranden in de Amazone. Inderdaad, de longen van de aarde staan in brand. De indianen, bewakers van het regenwoud, worden bedreigd, verjaagd of simpelweg vermoord.

Ik snap de roep van de sjamaan. Zonder hulp van onze kant gaan ze het niet redden. Als we doorgaan met de westerse manier van misbruik, ontginning en roofbouw van de aarde gaan we met zijn allen ten onder.
De mythe van Kukulkan gaat over een god, die leiding geeft aan de strijd tegen het kwaad en de heling van de wereld. Ik moet denken aan de film Avatar die zich afspeelt op de planeet Pandora. Ook hier weer een verwijzing naar ‘pan’. In de griekse mythologie opent Pandora de doos met alle plagen van de mensheid. In de film wordt het gigantische en levende regenwoud van de Na’avi verwoest door een aantal op geld beluste wolven van planeet aarde. De film is een directe metafoor voor wat er hier op onze eigen planeet in het Amazonewoud gebeurt. Als we niet alle krijgers van de aarde oproepen dan wordt onze ‘homeplanet’, net als de planeet Pandora vernietigt.
Het virus lijkt een oproep van de natuur aan de mensheid. Het toont onze grote kwetsbaarheid, maar ook onze verbondenheid en kracht. Het zegt ons: ‘Sta op, wordt wakker, ga staan, neem je positie in. Het is tijd voor de grote strijd. Neem je plek in als earth warriors, The Warriors of the Rainbow Tribe.’

WORDT VERVOLGD