HET BELOOFDE LAND, REISVERSLAG

PASEN 2020

deel 1

Om de geboorte van mijn nieuwe boek gestalte te geven ging ik afgelopen donderdag naar het Paleis op de Dam. Het is tien minuten wandelen van mijn huis: van de Laurierstraat naar de Prinsengracht, de hele Hartenstraat uit tot de Paleisstraat en je staat op de Dam. 

Het gebouw staat er leeg en verlaten bij. Al decennia wordt er nauwelijks gebruik van gemaakt, op een enkel banket van genodigden na. De toeristen hebben hun weg gevonden naar het historische gebouw, maar vele Amsterdammers en nederlanders zijn er nog nooit binnen geweest. 

Het is enigszins symbolisch voor de staat van het land: de regering zit in Den Haag, – stad van beleidsmakers, managers, ambtenaren, kortom: het hoofd – maar het hart is verrassend leeg: de koning is afwezig. Ik ga er af en toe kijken om te zien hoe het gaat met het hart. 

Wat weinigen weten is dat het paleis gebaseerd is op de joodse kabbala, de levensboom. In de grote burgerzaal op de eerste verdieping hangen zes immense kroonluchters in de vorm van bollen. Ze stellen de sefiroth voor: de koningskamer aan het hoofdeinde staat symbool voor kether, de kroon. Het plein voor het paleis is Malkoet, het aardse. De architect van het gebouw was een vrijmetselaar en daardoor goed op de hoogte van de mystieke kabbala. Hij verwerkte vele mythologische thema’s in het gebouw, zowel van griekse, joodse en christelijke oorsprong. De afmetingen van het paleis baseerde hij op de Gulden Snede. In de linkerzaal die grenst aan het plein liet hij een immens schilderij van Mozes ophangen, die met de tien geboden van de berg Sinai komt. 

Als ik er deze dag aankom is het plein voor het paleis leeg. De massa toeristen zijn totaal verdwenen. Wat een verademing. Een vader speelt er met zijn twee zoontjes voetbal. We maken een praatje. Het lijkt alsof wij de eersten zijn die deze Amsterdamse plek weer ontdekt hebben. Ruimte genoeg! 

Maar er is nog iemand die het plein bezoekt. Een vreemd uitziende man komt het plein op sloffen, gaat zitten op de trappen van het paleis en begint zich om te kleden. Enige minuten later staat hij klaar in vol ornaat, mantel om, masker op, staf in de hand: De Dood. 

Hij wandelt het plein op, de plek waar hij zijn gewoonlijke act doet voor de toeristen. Maar opeens zie ik de ironie en de symboliek van het geheel. Er zijn namelijk geen toeristen. In deze tijd van Corona is het de dood die alle ruimte inneemt. Hij zaait angst en verderf. En hier staat hij, vlak voor me. Ik maak een foto van de man, maar de Dood gebaart direct boos: eerst betalen! Oh ja, dat is ook zo. Het is tenslotte zijn werk. Ik kijk in mijn portemonnaie, maar zie slechts tien eurocent. Dat is wel erg mager. Ik loop naar de Dood, vertel hem dat ik maar tien cent heb, maar wel een lekkere brownie: voor later… Hij kijkt me aan door zijn masker en zegt: ‘Nee hoor. Houdt die tien cent maar. Het is Ok.’ Dan kijkt hij me indringender aan en vervolgt: ‘Alles komt goed!’

Als ik naar huis ga denk ik aan de wonderlijke ontmoeting met de Dood. Maar het komt eerst helemaal niet goed. De volgende dag blijkt dat ik toch een kou heb gevat en ik krijg het steeds benauwder. Damn, nu was ik na 12 dagen ziekzijn genezen, en ‘s avonds lig ik weer te happen naar adem. Als ik het werkelijk te benauwd krijg bel ik ‘s nachts de huisartsenpost. Om 2 uur ‘s nachts komt de dokter, vol in plastic gewikkeld en met mondkapje op. De man kijkt ook benauwd, en dat begrijp ik. Iedereen vreest het spook van Corona. Hij voelt mijn longen en schrijft antibiotica voor. ‘Maar ik dacht dat het virus niet reageerde op antibiotica?’ Vraag ik. De man kijkt me hoofdschuddend aan. ‘Gewoon innemen,’ antwoordt hij en hij verdwijnt in de nacht. 

Ik kruip mijn bed in en val godzijdank in slaap. In mijn dromen ben ik terug in het paleis. Ik zie de dood op een grote troon zitten, midden in de burgerzaal. Op de grond ligt de hele wereld in marmer uitgebeeld. De Dood regeert over de wereld. Ik probeer een gesprek met hem aan te gaan, maar dat wordt niet geapprecieerd. Hij is bezig. Ik begrijp zijn werk. Een moeilijke taak. 

Ik wordt in de droom naar een vertrek achter de troon geleid: de konings- of koninginnekamer. Het is een kleiner vertrek met vele schilderijen van vroegere vorsten van ons koninkrijk. Ik voel de aanwezigheid van Christus, de ultieme koning. Ik voel hoe hij achter de dood staat: alleen door te sterven kun je bij de goddelijke liefde uitkomen. Dat is wellicht gaande in de wereld van vandaag: het ego sterft aan het kruis van onze hebzucht, onze onverschilligheid, onze drang naar consumptie, onze welvaart, luxe en vooruitgang, onze machtswellust… er moet heel wat sterven voordat we weer bij de essentie van het leven uitkomen: de verbinding met anderen, met de natuur, met moeder aarde, met het hart…

Als ik wakker ben voel ik me beter. De benauwdheid is weg.  Ik heb het gevoel dat de antibiotica aanslaat. Ik krijg voor het eerst een telefoontje van het ziekenhuis. ‘Hoe voelt u zich vandaag, meneer van der Kroon?’

‘Stukken beter,’ zeg ik opgelucht. 
‘Alles komt goed,’ had de Dood gezegd.

Eigenlijk zou ik vandaag met een groep van 12 mannen aankomen bij het meer van Galilea. We zouden twee weken lopen vanaf de berg Sinai – de berg van Mozes – naar de Rode Zee, vandaar met de taxi naar Jericho. Dan het pad van Abraham lopen over de Palestijnse Westbank tot Nablus, en uiteindelijk de laatste drie dagen de ‘Jesustrail’, van Nazareth naar het meer. Maar niets van dat alles. Geen wandeling, geen beloofd land. In plaats daarvan verbinden we met de mannen iedere dag via zoom. Ook dat heeft zijn charme, en opnieuw doet de alchemie van het hart zijn werk: we leren elkaar kennen, wisselen uit, delen kwetsbaarheid en pijn, en een hechte band ontstaat. 

Vanavond zouden we met zo’n 80 mensen bijeenkomen; met de vrouwen, met de Israëliërs, met de Palestijnen, om vervolgens drie dagen tezamen door te brengen: Gathering of the Tribes. Maar in plaats daarvan gebeurt iets heel anders. Het lijkt er op dat de hele wereld zich verzamelt; alsof onze bijeenkomst slechts een miniem puzzelstukje is in een veel groter plan: het samenkomen van de mensheid in onze ultieme kwetsbaarheid, verbondenheid en ontzag voor het leven. En ontzag voor de dood!  Het een kan niet zonder het ander. 

Miljoenen mensen komen bijeen in zoom meetings en in wereldwijde meditaties. Het roer moet om. De planeten geven een grote verandering van tijdperk aan. Is er nog tijd om de koers te veranderen? Dat vraagt grote offers, immense beslissingen en een grote transformatie. Maar de waarschuwing van De Dood is niet mals: “Als jullie het na de bosbranden in Australië, de sprinkhanenplaag in Afrika en het virus uit China nu nog niet begrepen hebben, dan kom ik terug… En dit keer minder mild.”

Als ik later in de ochtend samen met Annelies afstem krijg ik de volgende boodschap door. 

THE TURNING OF THE WHEEL

(05/04/2020) 

‘Now that you’ve come together at the Lake Kinneret, all be it in spirit and not in the body, your work has started: the Gathering of the Tribes. This was not so much the title, but the task. To bring tribes from all over the world, from different religions, from different nations together in unity. In respect, in honour, in prayer. It is this connection to the higher energy that unites you all. And when all these tribes are holding the space and surrendering to their common purpose, the wheel starts turning. The wheel is the wheel of evolution, the wheel of destiny. It can only start turning by conscious effort. By humans who are stepping over their own boundaries, opening up the boarders of their heart and their mind to connect with each other. It doesn’t mean losing your individuality or uniqueness, instead it is celebrating your differences and uniqueness – and thus become truely human. It is honouring your own tribe and the world tribe, the thirteenth tribe of oneness.By turning the wheel you activate this oneness.

In the middle of the lake there is this power, a wisdom from times long forgotten. It is the wisdom of the sacred feminine, you could call it the grail, or the arc, or Magdalene, or Sarah, or Hagar, it has many names, the goddess has thousand names. But it is her energy that unites people and embraces them, to heal and transform from a mindset of duality and war and conflict to a mindset, a heartset of connection. Healing, uniting. It demands from men to be supportive, to hold the space, to honour that what they longed for most: to connect with this divine feminine. Because it is their fulfillment. It is the knight who finds the grail and thus heals the land. 

That what has been broken will be restored. That what was erased from history will return. There will be a new ackowledgement of the indigenous wisdom, of the tribes that have been forgotten or pushed down. 

Open up your circle. Open up your Gathering to all who feel called to join the turning of the wheel. It is bringing leaders together, in their own field. Because open space is mainly a gathering of leaders. But not leaders in the old sense. Anyone can be a leader when he steps forward, or when she steps forward, and takes the lead. This is the call for all of humanity: follow the heart, take the lead, and become united. Aho.’

REISVERSLAG HET BELOOFDE LAND

deel 2

Sinds ik ziek ben en het corona virus heb opgelopen merk ik dat ik extreem gevoelig ben. Gevoelig voor licht, voor energie, voor schoonheid, voor stilte, en voor alles wat zich in mijn lijf afspeelt. Dat hooggevoelige heb ik altijd al gehad en is de reden van mijn spirituele zoektocht in mijn leven. Ik ervoer zoveel emoties, beelden en visioenen die ik rationeel niet kon verklaren, dat ik noodgedwongen op zoek moest naar andere verklaringen. Verklaringen die buiten de gebaande paden van onze maatschappij liggen, en andere werkelijkheden openbaren.

Nu, tijdens het ziekzijn, kan ik haarfijn voelen wat me goed doet en wat me ondermijnt. Ik voel de negatieve straling tijdens het FaceTimen zo uit mijn mobieltje stromen, hoe handig ik het ook vind. Ik voel de agressieve werking van de antibiotica in mijn lichaam, in tegenstelling tot de zachte kracht van de ayurvedische medicijnen die ik gebruik. Ik voel de helende werking van etherische oliën die ik heb gekregen. En ik voel de stille kracht van de Meesters en het oneindige licht en liefde die ze uitstralen. In mijn huis in de Jordaan schijnt de zon naar binnen en voel ik hoe de kracht van het licht alle duisternis verdrijft. 

Vannacht was ik onrustig en boos. Ik moest denken aan het 5G verhaal waar ik vorige week een artikel over schreef, nadat achter mijn huis levensgrote nieuwe zendmasten waren geplaatst. Ik kon daar in eerste instantie rustig en rationeel op reageren, maar vannacht brak de woede los. ‘Zijn ze helemaal van God los?  Ik heb hier meer dan 30 zenders rond mijn huis en dan nog beweren dat dat geen schadelijk effect op de gezondheid en de immuniteit heeft? Ik zal ze eens met hun hoofd in een magnetron duwen en kijken hoe dat voelt’, tier ik in gedachten. 

Ik zie hoe we in een gigantische strijd gewikkeld zijn tussen twee paradigma’s. Aan de ene kant een wereld die steeds verder technologiseert, met zelfrijdende auto’s, netflix en smarthuizen, aan de andere kant een wereld die zich weer op de natuur verlaat, die teruggaat naar hoe deze aarde bedoeld is: een paradijs van natuur, bomen, planten, genezende kruiden, goede voeding. De eerste wereld leidt naar een dode planeet, waar technologie en robotisering zegeviert, waar de mens een radertje wordt in een digitale matrix. Het systeem bepaalt. 

Ik zie een andere wereld voor me: een wereld waarin we weer in harmonie met de planeet leven, waarin de natuur, de dieren en de planten een belangrijke rol hebben. Dat is mijn beloofde land, maar ik weet niet of we er ooit geraken. Het klinkt misschien naief, en zolang ik zelf verslaafd ben aan mijn mobiel en aan Facebook niet erg realistisch, maar toch is dit de keuze waar ik/ wij voor staan. Alles is technologisch mogelijk, maar willen we dat ook? Uiteindelijk komt het neer op een keuze. 

Voorlopig valt er niet veel te kiezen, behalve dan gezond hier weer uit komen, mijn rijstwater drinken, veel rusten en de helende werking van de stilte en de zon ervaren. Ligt het aan mij, of is het sinds het virus alleen nog maar zonnig en stalend blauwe lucht? De wereld heeft iets surrealistisch deze dagen.

Inmiddels is de Gathering of the Tribes  begonnen. 5 vrouwen die het begeleidden en 55 deelnemers via de zoom. Een bonte kakafonie, waarin het nog zoeken is naar eenheid en (technische) verbinding, zo hoor ik na afloop. Maar ook waarin het hart voelbaar is en iedereen zijn eigen leiderschap zoekt en neemt. Ergens anders in de wereld zit de paus eenzaam op zijn troon in een lege Sint Pietersbasiliek. Het is Palmzondag, de dag waarop Jezus op zijn ezeltje Jeruzalem binnenreed, twee duizend jaar geleden. 

Ik lig in stilte in mijn bed en kan mij vandaaruit goed verbinden. Het is net alsof ik op het meer van Galilea ben, samen met Christus en Maria Magdalena. ‘Door verstorende krachten van jaloezie en haat werden we uiteen gedreven,’ zo vertellen ze me, ‘ en konden het mannelijke en het vrouwelijke niet samen op gaan. Christus werd gekruisigd en Maria Magdalena werd verguisd en verbannen. Het is nu de tijd dat het mannelijke en vrouwelijke weer hand in hand gaan en dat de wonden uit het verleden geheeld worden.’

Ik bedenk me hoe wonderlijk het is dat de twee mannen van het team, marcel en ik, allebei ziek op bed liggen, en dat de vijf vrouwen de leiding hebben. The wounded masculine. En ‘the return of the feminine’. 

Grappig genoeg ligt het hotel waar we bijeen zouden komen precies tussen twee stadjes aan het meer: Capernaum, de stad waar Petrus woonde, en Magdala, waar Maria Magdalena vandaan kwam. Petrus had een hekel aan MM. ‘Waarom moet zij altijd het woord voeren?’ vroeg hij geïrriteerd. ‘Omdat zij beter begrijpt waar het over gaat,’ antwoordde Jezus. ”Als in een kamer het licht wordt onstoken, zal voor de een alles helder worden, maar degene die blind is ziet nog steeds niets.’ 

Petrus werd de rots waar de katholieke kerk op werd gebouwd, en het vrouwelijke werd in de ban gedaan, tweeduizend jaar lang. We waren ziende blind. Maar langzaam worden ons de ogen geopend. Paus Franciscus heeft Maria Magdalena in 2016 gerehabiliteerd en haar benoemd tot Apostola Apostolorum: de Apostel der Apostelen. En in de katholieke gemeente wordt gevraagd om in deze tijd ‘het vijfde mariale gebed’ uit te spreken, een van de profetieën van Fatima. Daarmee wordt onder andere Maria als Moeder alle Volkeren geëerd. 

Het lijkt of we opnieuw in Bijbelse tijden leven. De tien plagen van Egypte. De apocalyps. Een tijd van grote veradering, immense uitdaging en waarin een beroep wordt gedaan op ons leiderschap. Alles laten afhangen van politici, de wetenschap of de kerk telt niet meer. “We are the Ones we’ve been waiting for,” zeggen de Hopi indianen. 

We hebben nog drie dagen te gaan. Alles kan nog veranderen, transformeren, in verbinding worden gebracht. ‘Expect the unexpected’ is een van de regels van de Open Space. EN: ‘Whatever happens is the right thing to happen.’ Bizarre regels, maar altijd weer van toepassing om het alchemistische proces van de liefde zijn werk te laten doen. 

REISVERSLAG HET BELOOFDE LAND

deel 3

Normaal vlieg ik de hele wereld over, nu loop ik al vier weken van mijn bed naar de tafel, en weer terug.  Hoe een klein celletje grote gevolgen kan hebben. 

Alles lijkt deze dagen omgedraaid, binnenstebuiten, op zijn kop. De wereld lijkt zich nu in mijn lijf af te spelen. Zo buiten, zo binnen. De strijd die mijn cellen voeren voelt als de strijd van de hele mensheid. Maar ik kom daar ook verschillende manieren in tegen. De mannelijke manier is: dood de vijand! Versla het virus! Sla er op los! Vind een oplossing! Een nogal agressieve manier in een zucht om opnieuw controle te krijgen over de chaos waarin we terecht zijn gekomen. Er komt ook al snel een beschuldigende vinger bij kijken: wie heeft de schuld? De chinezen? De Cabal? De elite? Bill Gates? De buurman? 

Een meer vrouwelijke manier is die van overgave: de chaos omarmen en je innerlijk terugtrekken. Naar binnen gaan. Verzachten en vertragen. De les leren. Wat heeft het virus ons te zeggen? Wat is de boodschap? En daarbij hoort: ‘Don’t kill the messenger.’ 

Het lijkt erop dat de (oude) mannelijke manier niet meer werkt. Het komt voort uit het patriarchale, veroverende denken, maar waar eigenlijk een diepe wond onder schuil gaat. Die wond heeft te maken met het niet kunnen verbinden met het innerlijk, met het vrouwelijke, met de graal, waardoor de Visserkoning geheeld kan worden. We zullen op zoek moeten naar een nieuwe mannelijkheid. Alleen met het vrouwelijke komen we er namelijk ook niet. Zoals ik het hierboven beschrijf klinkt dat heel paradijselijk, maar beiden energieen zijn nodig. Zo zei mijn ayurvedisch dokter deze ochtend: de antibiotica om aan te vallen, en de ayurveda om te herstellen en kracht op te bouwen. Ik houd meer van het laatste, maar weet ook dat ik het eerste goed kan gebruiken soms. 

Als ik een keer goed boos wordt heeft dat altijd een geweldige creatieve en gezonde werking. Zo kon ik vanochtend opeens stevig fulmineren tegen Anne, mijn vriendin over die gekmakende complottheorieen. Ik snap maar niet waarom ik daardoor zo van op de kast wordt gejaagd. Waarschijnlijk omdat ik als schrijver het principe zo goed ken en het zelf gebruik. Voor een goed verhaal heb je spanning nodig: je hebt een protsgonist, de goeie, en een antagonist, de slechte. Voor een sterk verhaal heb je wel een echte slechterik nodig. Dis verzinnen we als mensen een ultieme vijand, liefst onzichtbaar. Maar ook rijke en machtige mensen, wereldleiders, genieën en andere opzienbarende personen zijn een geweldig projectie scherm van onze eigen demonen.

In mijn werk in Israel en Palestina heb ik aan den lijve kunnen ervaren wat ‘vijand denken’ doet. De ene partij maakt de andere partij zo zwart mogelijk, met meestal goeie redenen. De andere partij doet het zelfde. En voordat je het weet bouw je een muur, schiet je elkaar kapot, en is het menselijke leed niet te overzien. 

Hoe moeilijk was het voor mijzelf om na tien jaar regelmatig in de Gazastrook te zijn geweest met Israëliërs te gaan werken. Ik had mij ooit voorgenomen neutraal te blijven, maar na vele jaren traumahulpverlening was daar weinig van over. Ik was partijdig geworden. ‘Hoe kán je met ‘de vijand’ gaan werken?’  zei een stemmetje in mijn hoofd. ‘Verrader,’ zei een ander. Totdat ik aan de andere kant van de muur kwam, letterlijk, en de ‘tegenpartij’ ontmoette. Wat een rijke ervaring, wat een fijne mensen, en ook: wat een pijn en verdriet, aan beide kanten. Het heeft mij geleerd om over mijn eigen vijand denken heen te kijken, naar wat de ander beweegt, om te ontdekken dat ‘die ander’ ook in mij zit. Ik ben een jood en een moslim, een christen en een atheist, een heilige en een moordenaar, een held en een boef, een virus en een heling. De hele wereld zit in mij…

Vanavond is de laatste bijeenkomst via de zoom van ‘the Gathering of the Tribes.’ Palestijnen, Israeliers, Belgen, Nederlanders, Amerikanen en anderen verbinden zich. We kijken elkaar aan. Ont- moeten. Wie is die ‘ander’? Het proces is nog maar net begonnen. 

Gisteren kreeg ik een nieuw visioen terwijl ik op de bank naar muziek luisterde. Ik zag de Gouden Rotskoepel voor me, in het hart van Jeruzalem. Ik wandelde er naar binnen en zag dat zich daarbinnen een cirkel van meesters had verzameld: De Grote Witte Broederschap. Vanuit alle werelddelen, alle religies, alle rassen waren er afgezanten: van de inheemse volkeren, de eskimo’s, tot de chinezen, de amerikanen, de europeanen, de afrikanen. Etc. Iedereen bracht zijn eigen kwaliteit en puzzelstukje in van zijn traditie. Tezamen vormde het de gehele -of geheelde – mensheid. Jeruzalem: stad van het hart. Stad van vrede. Stad van heelheid…

We zijn er nog lang niet, maar een eerste stap is gezet. Met dank aan Corona. Aan ons om de volgende stappen te maken. In verbinding, in wijsheid, in nederigheid. Niemand van ons heeft de hele waarheid in pacht, maar tezamen kunnen we er wellicht komen…

REISVERSLAG HET BELOOFDE LAND

Deel 4

Nadat het Joodse volk veertig jaar door de woestijn had gezworven, onder aanvoering van Mozes, kwamen ze aan bij het Beloofde Land. Dat was ze al een keer eerder beloofd aan Abraham die weg was getrokken uit het huidige Turkije (hij woonde in Sanliurfa, aan de grens met het huidige Syrie). God had Abraham het Beloofde Land getoond, maar zoals dat gaat met Beloofde Landen: die moet je eerst veroveren, want er blijkt – keer op keer in de geschiedenis – al iemand anders te wonen. 

Toen het volk de Jordaan overstak met behulp van de magische ark van het Verbond,  vonden ze als eerste het stadje Jericho op hun pad. Daar woonde al sinds 8.000 jaar een ander volk. Opnieuw met behulp van de Ark, zeven keer rond de stad lopen, – trompetgeschal en bazuinen – donderden de muren van Jericho ineen en de stad werd overwonnen. De eerste hindernis was genomen en het joodse volk kon verder trekken naar Jeruzalem. Daar werd de heilige ark, die ze al die tijd in een draagbaar en een tent hadden meegenomen, vele jaren later in een tempel gezet: de tempel van Salomo. Voortaan werd de uittocht uit Egypte herdacht met een groot feest: Pesach. Het stond – en staat – symbool voor de bevrijding uit de slavernij, en voor de lange weg naar huis. 

Voor die tijd had Pesach een andere betekenis: het was verbonden met de godin Ashera, ook wel Eostre of Ishtar genoemd, een vruchtbaarheidsgodin. Het engelse ‘easter’ komt hiervandaan en ook het symbool van de eieren en de paashaas vindt zijn oorsprong in deze oudste versie. In de lente werd het sterven en de wedergeboorte gevierd met een driedaagse feest. De winter was dood, en het nieuwe leven werd gevierd. 

In later tijden kreeg Pasen opnieuw een andere betekenis, dit keer bij de Christenen. De dood en wederopstanding van Jezus viel tezamen met Pesach, en zo kwam er een derde laag in de geschiedenis bij. Allemaal rondom het zelfde thema: dood, hernieuwing, bevrijding, wedergeboorte, vruchtbaarheid. 

Het lijkt of er in onze – wonderlijke – tijd een vierde laag aan toegevoegd gaat worden. We bevinden ons in de grootste crisis aller tijden. Als je dat een aantal maanden of jaren geleden zei werd je nog weggezet als fantast, maar vandaag de dag lijkt dat onomstotelijk. De aarde is op haar eindpunt met de mensheid: het is buigen of barsten. Gaan we door op de oude weg, dan gaan we een zeker lot tegemoet. Dan stort de wereld als de toren van Babylon in elkaar. We zijn te hoogmoedig geweest, dachten dat we het zelf wel konden, met al onze ingenieuze ideen en technologieën. 

Maar hoogmoed komt voor de val, zoals de mensen in Atlantis al hadden ondervonden. Ook toen was de technologie ver doorgeschoten en moesten de mensen het bekopen met de ondergang van hun beschaving. Vandaag de dag zijn we op hetzelfde punt aangekomen. Gaan we luisteren naar de waarschuwing die de natuur ons geeft, of blijven we volharden in onze arrogantie, hebzucht en veroveringsdrift?

Laatst las ik een simpel zinnetje op Facebook: ‘Stop de raket naar Mars, plant een boom.’ In het kort komt het daar op neer. Een kind kan de eenvoudige logica ervan begrijpen, alleen volwassenen hebben er meer moeite mee. 

Terug naar het Joodse volk. Ook die kregen doorheen de geschiedenis de nodige waarschuwingen. Gelukkig hadden ze profeten die hun keer op keer uitlegden wat de bedoeling en de boodschap van God was. Er werd heel was afgeleden, gereisd, en geprofeteerd. De tempel in Jeruzalem werd twee keer verwoest: de eerst keer door de Babyloniërs, de tweede keer door de Romeinen in 60 na Christus. Vervolgens werd het Joodse volk verbannen uit hun Beloofde Land en zwierven ze tweeduizend jaar door de wereld: de Diaspora. Die eindigde met de Holocaust, en de belofte – opnieuw – dat ze terug konden keren naar het Beloofde Land. Maar daar woonden… U raadt het al… opnieuw of nog steeds mensen, de Palestijnen. 

En daarmee komen we in de huidige tijd: het joodse volk verovert opnieuw het land, stopt de Palestijnen achter muren in de Westbank en in Gaza, en is weer terug thuis. Nou ja, thuis. Er is nog één probleem: op de plek van de heilige tempel van Salomo hebben de Palestijnse moslims al hun eigen tempel gebouwd: de Gouden Rotskoepel. De grote wens van vooral ultra orthodoxe joden is om de koepel te vernietigen en daarmee de weg vrij te maken voor de beloofde derde tempel. Als die er eenmaal staat, is de weg vrij voor de Joodse Messiach om op aarde te verschijnen, door de Gouden Poort te lopen, en aan het einde der tijden zijn intrek te nemen in de tempel. 

Dit klinkt wellicht allemaal wat te fantastisch om waar te zijn, maar buiten de Gouden Poort, ook wel de Zevende Poort genoemd, liggen honderden graven op de Olijfberg van mensen die er als eerste bij willen zijn als de poort open gaat.  Volgens bijbelse profetieën worden alle dode zielen tijdens het laatste oordeel bevrijd. 

Ik schrijf dit verhaal in een soort Asterix en Obelix achtige stijl, niet om iemand of iets af te doen of belachelijk te maken, maar om het hele grote verhaal in simpele soundbites uit de doeken te doen. Zodat we een beeld krijgen van de uitdaging waar we momenteel voor staan.

Tijdens de zoom gathering vertelde Dvora, een wijze joodse ‘grandmother’, dat de Exodus dit jaar 3332 jaar geleden heeft plaatsgevonden. In de Hebreeuwse taal heeft elk woord een letterwaarde. Zo betekent het getal 33 ‘golf’. Het getal 32 betekent ‘hart’. 3332 is zoiets als ‘the wave of the heart.’

We hebben nog één jaar te gaan tot het jaar 3333 na de Exodus: de golf- golf. Je zou ook kunnen zeggen, de tsunami. 

Afgelopen weken voelde voor mij als het moment vóór een tsunami. Het water van de oceaan trekt zich terug, alles wordt stil, en mensen vragen zich verwonderd af wat er aan de hand is. Onder het zeeoppervlak bouwt zich inmiddels een massa water op die eenmaal bij de kust aangekomen in een huizenhoge golf verandert. De komende maanden in de geschiedenis van de mensheid zijn dan ook cruciaal. Als we denken terug te kunnen gaan naar ‘business as usual’, dan vrees ik dat we de boodschap niet begrepen hebben. ‘Normal is over,’ schreef een filmmaakster die een documentaire maakte over het milieu. 

Hoe dan wel verder? Het blijft zoeken. Maar een ding is duidelijk: we kunnen dit alleen samen doen, niemand uitgezonderd. ‘We will survive together, or go down fighting each other.’

REISVERSLAG HET BELOOFDE LAND

deel 5, laatste deel

In de afgelopen 33 jaar reisde ik naar meer dan 35 landen. Op een missie. Maar misschien ook wel op de vlucht. Op de vlucht voor oude wonden, pijn en verdriet uit het verleden. Demonen uit mijn jeugd, een paar gebroken harten, angst voor nabijheid en intimiteit. Hoe mee ik reisde, hoe harder ze achter me aan kwamen. Tot de Coronacrisis me inhaalde en me stopzette. Gedwongen om te kijken waar ik sta, naar mijn diepste motieven en naar wat ik over het hoofd heb gezien. 

Een wonderlijke maand van zelfreflectie, ziek-zijn en isolement brak aan: ik voelde me als een monnik in een cel, en het had niet uitgemaakt of ik in de Jordaan of in de Himalaya’s op een berg had gezeten. Behalve dat lieve vrienden me hier boodschappen kwamen brengen. 

Zoals altijd in mijn leven is schrijven mijn medicijn. Ik schrijf alles wat los en vast zit aan elkaar, om helderheid en structuur te geven aan wat ik meemaak. Mijn zoektocht naar zingeving, zowel voor mijn eigen binnenwereld als voor de buitenwereld.

Op Paaszaterdag had ik een wonderlijke ervaring. Een vriendin bood een klankconcert aan via zoom met ‘crystal bowls’. Het thema van de klankhealing was ‘connecting with your Christ Self.’ Het schemerde inmiddels buiten, en ik legde me op de bank. Terwijl de klanken begonnen lag ik opeens niet meer in de Jordaan maar in een graftombe in Jeruzalem. In doeken gewikkeld. ‘Dit is wel een héél letterlijke manier om te verbinden met the Christ-Self,’ dacht ik nog voordat ik verder weggleed in de meditatie. Ik was bezig met sterven, maar op een zeer vredige manier. Ik kwam aan in het hiernamaals, en werd opgewacht door mijn spirituele familie, lieve vrienden, kinderen en mijn geliefde Magdalena.

Ik sprak met haar over het verdriet en over de pijn die ik op aarde had meegemaakt en had gezien: in Gaza, in Syrië, in allerlei situaties. De klanken van de Crystal bowls werkten als een helend medicijn en veranderden de zwarte bol van pijn achter mij hart in een gouden bol. ‘Over twee weken ben je genezen,’ zei mijn geliefde. ‘Het wordt echter weer tijd dat je afdaalt in de stof, terug naar de aarde. De 2000 jaar zijn voorbij en het wordt tijd dat de Christus energie weer op aarde komt. Je zult je dit alles herinneren als een droom.’

Vervolgens lag ik weer op de bank in de Jordaan. Het was inmiddels donker en ik was alleen. Tja, wat moest ik hier nu mee aan? Ik weet dat er in Jeruzalem een hospitaal vol is met mensen die denken dat ze vroeger Jezus zijn geweest, dus met zulke beelden moet je heel voorzichtig zijn. Ik vermoed dat ze naast het hospitaal in deze tijd een wellness gebouw kunnen bouwen  voor alle vrouwen die denken dat ze Maria Magdalena zijn geweest. 

Waan? Misschien, maar wellicht wijst het op iets anders. Misschien pikken we allemaal wel de energie op van deze voorbeeld figuren. Had Jezus niet gezegd dat hij terugkwam? Misschien keert hij terug in ieder van ons, als innerlijke Christus – en innerlijke Magdalena – , als een bron van inspiratie, van herkenning en van bemoediging. ‘I am you, and you are Me, so we are One, as you can see,’ had hij ooit tegen me gezegd. 

Die beloofde terugkeer – de terugkeer van de koning- is niet alleen zo in de Christelijke traditie, maar in alle spirituele stromingen. In de boeddhistische traditie wordt gewacht op de Boeddha Maitreya, de Maya’s verwachten de terugkeer van Quetzalcoatl, de gevederde slang; in de joodse traditie wordt de Messiach verwacht, en in de Islam wordt uitgekeken naar de komst van de Mahdi.

Toen ik ooit in het zuiden van Syrië was bezocht ik een oud romeins amfitheater. Daar ontmoette ik een man met tien kinderen. De kinderen speelden op de stenen treden van het amfitheater en de man kwam een praatje maken. Het was in de tijd voor de grote oorlog. Hij vertelde dat veel mensen geloofden in de terugkeer van de Mahdi, de kleinzoon van Mohammed. ‘Hij komt om het kwaad te verslaan.’ Zei hij. ‘Maar wist je dat hij niet alleen strijdt? Hij vecht aan de zijde van Christus. Dat staat in de Koran, maar het is ook geschreven aan de binnenkant van de Gouden Rotskoepel in Jeruzalem.’ 
‘Dus dat betekent dat islam en christendom samen opgaan in de eindtijd?’ zei ik. 
‘Evenals het jodendom,’ voegde hij erachteraan. ‘Alle profeten in de Koran zijn joods, op Mohammed na. En ook Jezus en Maria worden in de Koran vernoemd. In de moskee van Damascus is er een speciale minnaret die de Christus-minnaret heet. Volgens de legenden daalt Jezus via deze toren weer af om terug op aarde te keren.’

Het gesprek met de man is me altijd bijgebleven. Het geeft een sleutel voor deze roerige tijd: we verslaan het kwaad niet door elkaar in de pan te hakken – joden tegen moslims, moslims tegen christenen, christenen tegen joden etc – maar door de handen ineen te slaan. Zou ‘het Kwaad’ wellicht niet de ander zijn, maar de angst en de pijn die ieder zelf meedraagt en daarmee de ander tot vijand maakt? Zitten zowel de ultieme vijand als de Christus/ Magdalena in ons eigen hart? 

Vragen die me opnieuw voor de geest komen terwijl ik in de stilte van het isolement verblijf. Voorlopig keer ik me even naar binnen, op mijn reis naar het innerlijke Beloofde Land. Daar kan ik mijn eigen demonen en mijn innerlijke Christus en Maria Magdalena aan kijken. Want ik vermoed dat het in deze tijd om de verbinding tussen beiden gaat: het mannelijke en het vrouwelijke hand in hand. De terugkeer van ‘the Beloveds’: De Christos en de Sjechina. De terugkeer van de koning en de koningin. 

EINDE REISVERSLAG