Zeven mannelijke archetypen

De wildeman
De wildeman komt overeen met het eerste chakra, ook wel het wortelchakra genoemd. De wildeman is een initiator; hij is degene die een man kan inwijden in zijn verbinding met de aarde, en die hem leidt naar zijn innerlijke natuur. Hij neemt jongeren weg bij de moeder, neemt ze mee in de natuur en brengt ze bij hun eigen wortels. Zijn wildheid refereert niet zozeer aan woestheid, maar aan zijn innerlijke wilde natuur. Het is de authenticiteit, de oorspronkelijkheid, de natuur van een mens die vaak verloren gaat in het proces van volwassen worden. De wildeman komen we tegen in de vorm van de sjamaan, de mentor, de oude wijze, de medicijnman. Hij is een ziener en een weter. Hij kan praten met de dieren en de bomen en hij kan contact maken met de wereld van de geesten. Daardoor bezit hij een genezend vermogen en ook een voorspellende gave. Hij begrijpt de collectieve psyche en door verhalen en rituelen zorgt hij voor de harmonie tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld. Hij is van levensbelang voor het voortbestaan van de stam of de gemeenschap. De staf van de wildeman is de knuppel of knots. Deze symboliseert de aardse oerkracht en wordt soms ook afgebeeld als een boom of een bot. In oude inwijdingsrituelen werd de inwijdeling met een groot bot knock-out geslagen om de symbolische dood en wedergeboorte te kunnen ervaren. Het is dezelfde kracht als de kracht van het onderbewuste, dat ons in het leven een enorme dreun kan geven, waardoor we tijdelijk ‘buiten bewustzijn’ raken. Traumatische gebeurtenissen – zoals de dood van een kind of een geliefde, een ontslag of scheiding – kunnen hiervoor de aanleiding zijn, en de herinnering aan het inwijdingsritueel kan helpen de weg terug naar het licht te vinden.Deze staf of knuppel heeft, net als de fluit, een seksuele connotatie: het is de symbolisering van de fallus, wat niet geheel hetzelfde is als een penis. De fallus is namelijk de penis en de ballen samen. De ballen staan symbool voor de vruchtbaarheid, de aarde en voor de gronding en kracht van een man. De penis symboliseert zijn individualiteit en actieve daadkracht in de wereld, maar is zonder zijn aarding vruchteloos. De fallus omvat daarmee de twee aspecten van mannelijke energie: alleen in de wereld kunnen staan, en onderdeel vormen van een groter geheel; een gemeenschap, organisatie of in het algemeen deel zijn van de aarde.

De minnaar
Het tweede chakra, vlak onder de navel, staat voor alles wat met het gevoelsleven te maken heeft. Het is de energie van de minnaar, de lover en betreft eten, genieten, seks, creativiteit en speelsheid, maar ook emoties als verdriet, boosheid, haat, jaloezie. In tegenstelling tot de vurige energie van de krijger is deze energie vloeiend en beweeglijk, zij komt overeen met het element water. Het is de energie die voeding geeft aan de creatieve kant van het leven. Het water kan stromend en bruisend zijn, maar ook veranderen in een stilstaande modderpoel, of een kolkende oceaan die alles verzwelgt.De schaduwkant van de minnaar treedt op wanneer een man niet in contact staat met zijn gevoelens, of er juist in zwelgt. Bij sommige mannen is dit tweede chakra nog verbonden met de moeder, in de zin dat de liefdesenergie nog steeds via een emotionele navelstreng met haar verbonden is, in plaats van met een geliefde. De energie blijft dan kinderlijk, naïef, manipulatief en grenzeloos. Hier is niet de lover, maar de ‘jongensman’ de hoofdrolspeler, de puer aeternus, de man die geen committment aan kan gaan, die geen verantwoordelijkheid kan nemen, de man die nog steeds onder zijn moeders rokken leeft en wil dat er voor hem gezorgd wordt. Het is de Oedipus die met zijn moeder trouwt. De staf van het archetype van de minnaar is de fluit. Daarmee kan hij zijn geliefde betoveren en het minnelied laten klinken. De fluit heeft vaak een magische invloed, zoals blijkt uit het verhaal De Rattenvanger van Hamelen of Die Zauberflöte van Mozart. In Chinese tantrische teksten staat de fluit symbool voor de penis. Op poëtische wijze wordt gesproken over ‘het bespelen van de fluit’: ‘Het bespelen van de fluit is een delicate en stimulerende aangelegenheid, waarbij de vrouw het wezen en de fijnzinnige verrukkingen van de lingam kan leren kennen. Het wordt in het bijzonder gebruikt om de seksuele beheersing te bereiken die noodzakelijk is om de hoogste extase op te wekken.’ (Douglas & Slinger, Seksuele geheimen)In het dagelijkse leven komen we de minnaar tegen in de kunstenaar of de levensgenieter, de man die verliefd is, die geniet van eten, muziek, kunst en seks, balancerend op de rand van verrukking en overdaad. Het is de man die in contact staat met zijn buik en met zijn gevoelens.


De krijger
Het archetype van de krijger staat voor actie en macht en voor het bewaken van grenzen. Dit archetype komt overeen met het derde chakra, ook wel de zonnevlecht genoemd. De krijger wordt in de moderne samenleving gesymboliseerd door de soldaat. Maar het is ook de manager die strijdt voor zijn werk en in zijn ‘harnas’ naar zijn werk gaat, of de sportman die vecht voor de overwinning. Samurai, de Japanse krijgers, moesten in hun opleiding zowel een gevechtssport leren als een kunstvorm, zoals bloemschikken, dichten of muziek maken. Dit was bedoeld om zowel de doelgerichte, mannelijke als de creatieve, vrouwelijke kant van de krijger te ontwikkelen en in balans te brengen. De symbolen van de krijger zijn het zwaard en het schild. Het zwaard symboliseert de aanvallende energie, het schild de verdedigende energie. Als staf gebruikt de krijger een lans, symbool voor doelgerichtheid. De positieve kwaliteiten van de krijger zijn doelgerichtheid en doorzettingsvermogen. Hij bezit de macht om zich te concentreren en zich niet af te laten leiden. De krijger kan zijn kracht alleen positief aanwenden als hij in dienst staat van de koning, het hart.De negatieve kant van de krijger uit zich door blinde ambitie en het misbruik van macht. Dat kan zich afspelen op het gebied van oorlogen, in de politiek, het bedrijfsleven, de gezondheidszorg of in de opvoeding. Als een man te veel doorschiet in zijn krijgerenergie, ontkracht hij zijn innerlijke vrouwelijkheid, zijn gevoeligheid en zijn kwetsbaarheid. Hij overwint keer op keer in zijn werk, maar in zijn gevoelsleven leidt hij hevige verliezen. Zijn vrouw vervreemdt van hem, en hij begrijpt niet waarom zijn kinderen zo agressief of juist terneergeslagen zijn. De soldaat die de verantwoordelijkheid buiten zich legt en functioneert als een radertje in een systeem kan worden gezien als een vervorming van het archetype van de krijger. ‘Ik heb slechts gedaan wat me werd opgedragen’, is zijn antwoord op levensvragen. Een krijger neemt de volle verantwoordelijkheid voor al zijn daden op zich en stelt zijn macht in dienst van de liefde. Hij strijdt in dienst van het hart. Een andere vervorming van dit archetype bestaat uit de man die zijn krijgerenergie helemaal níet gebruikt; de softe man die kan voelen en kan spelen, maar uit angst voor geweld of conflict nooit zijn zwaard durft op te heffen op de momenten dat dit nodig is. Geschrokken door de destructieve kant van dit archetype hebben veel mannen in deze tijd hun krijgerenergie begraven, zowel in hun relaties, op hun werk als in de maatschappij. Ze praten liever, maar zien niet dat hun gebrek aan daadkracht en het ontbreken van grenzen ook gewelddadig kan zijn.


De koning
Het archetype van de koning staat symbool voor het hart en de liefde. Niet de romantische liefde, maar de liefde die harmonie en orde creëert, die rechtvaardig is, compassie heeft en op weet te treden; actieve liefde. Het hartchakra is het middelpunt van het lichaam, zoals een koning het middelpunt van zijn koninkrijk is. Hij is het centrum van waaruit geregeerd wordt. Zowel in de Egyptische als de Keltische mythologie wordt de koning als de belichaming van het land gezien: als het goed ging met de koning, ging het goed met het land. Lodewijk de XIVe, de Zonnekoning, verwoordde dat met: ‘L’Etat, c’est moi’. De staat, dat ben ik. Hij is de zon, het lichtende middelpunt. Als de koning vanuit zijn hart regeert, is er orde en harmonie in het rijk. Iedereen heeft zijn plaats en het land is vruchtbaar. Net als wanneer we vanuit ons hart leven, er orde en harmonie in ons leven is: alles valt op de juiste plaats en onze daden zijn vruchtbaar. Op psychologisch niveau kan de koning worden gezien als het ego, het centrale karakter binnen de vele subpersoonlijkheden die de psyche rijk is. Als het ego niet in dienst staat van het Hoger Zelf, en dus voor zichzelf leeft, betekent het dat de koning ziek is, of veranderd is in een tiran. De uiterlijke symbolen van een koning bestaan uit een kroon, een scepter en een mantel. De kroon, die van boven open is, benadrukt het belang voor een koning zich ondergeschikt te maken aan de goddelijk wil. Terwijl hij de leiding heeft over wereldse zaken moet hij zich ook kunnen láten leiden. Niet zijn eigen verlangens of ideeën maar het belang van het land is de eerste prioriteit. Net zoals een priester of monnik moet een koning zich afstemmen op deze goddelijke leiding om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Hij is daarmee dienaar van God en leider van het land. Dienstbaarheid en leiderschap gaan hand in hand. Deze verbinding tussen goddelijke macht en wereldlijke macht komt tot uiting in de scepter. Dit is een staf met een bol erop, symbool voor het wereldlijke, en een kruis daarbovenop, symbool voor het goddelijke. De functie van de koning is het bij elkaar brengen van deze twee werelden; van hemel en aarde, het kruis en de cirkel. In het maatschappelijke leven wordt het archetype van de koning gespeeld door directeuren, politieke leiders en andere figuren die een centrale rol innemen binnen een groep mensen. In de huiselijke kring is het de vader die deze rol speelt.


De nar
De nar is het archetype van het keelchakra. Dit energiecentrum heeft als hoofdfunctie communicatie: het uiten van wat er binnenin ons leeft. Dat kan vorm krijgen in zingen of praten, in het maken van gedichten of het schrijven van boeken. De nar heeft een kleine staf met een narrenkop bovenop, vaak een afbeelding van zijn eigen gezicht. De latere versie van deze narrenstaf is de harlekijn of Jan Klaassen uit de poppenkast. Met zijn staf als praatpop kan de nar dialogen houden of de koning aan het lachen brengen als de landsbelangen te veel op hem drukken. De nar is degene die de koning op satirische wijze een spiegel voor mag houden, de koning belachelijk mag maken en hem zelfs kan uitschelden, zonder daar een ernstige straf voor te krijgen. Maar hij vangt ook de klappen als de koning in een slecht humeur is. Hij is zowel dwaas als wijze, en speelt in veel toneelstukken een belangrijke rol als raadgever of bemiddelaar tussen twee partijen. Zo kennen we van Shakespeare de nar Touchstone uit As you like it, en een moderne versie van de nar zijn de standup comedians. Zij zijn degenen die met hun satirische teksten commentaar geven op de perikelen die zich afspelen aan het hof of in het land. Maar de nar heeft ook een schaduwkant. Dat is de intrigant, degene die met zijn woorden de werkelijkheid verdraait, die mensen naar de mond praat, die de waarheid niet zo nauw neemt. Waar de wijze nar met woorden tovert om de ander te helpen, goochelt de kwade nar om de ander te misleiden of belangrijke feiten te verdoezelen. De schaduw-nar komen we in deze tijd tegen in de onafgebroken stroom berichten op social media met complottheorieën, angstmakerij en vijand-denken. Als de nar in dienst is van de goede koning komen de woorden uit het hart, maar als de nar zijn eigen snode plannetjes smeedt, of samenheult met de schaduwkoning, dan zaaien zijn woorden wantrouwen, angst en verdeeldheid.


De magiër
Het archetype van de magiër staat voor inzicht, visie en gedachtekracht. Hij is verbonden met het zesde chakra, het chakra van het derde oog. Hij goochelt met de werkelijkheid en heeft besef van de creatieve kracht van gedachten. Daarin wandelt hij over de nauwe lijn van zwarte en witte magie. Als hij zijn inzicht voor zichzelf aanwendt, om zijn ego te strelen, om er geld uit te slaan, of om anderen zwart te maken, helt hij over naar de schaduwkant van dit archetype. De schaduwkant wordt vertegenwoordigd door de valse raadgever, de therapeut die manipuleert of zijn inzichten zonder liefde geeft, de adviseur die kickt op de macht die hij heeft, of degene die raadgeeft zonder dat erom gevraagd wordt. De magiër is in staat grotere tijdsverbanden te overzien. Hij heeft inzicht in het verleden en de toekomst en leidt daar zijn voorspellingen uit af. Waar de heilige zijn weten baseert op goddelijke inspiratie en wijsheid, zo baseert de magiër zijn weten op kennis en studie. Hij wordt vaak afgebeeld in een onderzoekslaboratorium, met vele papierrollen en oude boeken. In moderne vorm is de magiër de wetenschapper, die het mysterie van het leven probeert te doorgronden, de chemicus die stoffen analyseert en combineert, de natuurkundige die zoekt naar de werking van het heelal, de letterkundige die zich verdiept in taal of de antropoloog die andere culturen onderzoekt. De magiër bewijst wat de heilige al weet. Hij is een man die met de elementen en de materie werkt, en bewijzen zoekt voor zijn theorieën. In het bedrijfsleven is hij vaak de staffunctionaris of de organisatieadviseur. De magiër of tovenaar heeft een toverstaf, waarmee hij zijn energie kan richten. Een modern overblijfsel ervan is de goochelaarsstaf, waar bloemen en konijnen mee tevoorschijn worden getoverd.


De heilige
De functie van de heilige of profeet is de verbinding te leggen met het goddelijke, met de kosmos, de wereld boven ons. Dit archetype stemt overeen met het kruinchakra. Dit chakra bevindt zich bovenop het hoofd, bij de kruin. Door deze plek op het hoofd komt goddelijke inspiratie binnen. Als een mens sterft verlaat hij via deze plek het lichaam en keert terug tot de eenheid die in deze hogere dimensie heerst. Bij sommige monnikenordes wordt het haar in een kleine cirkel op hun hoofd geschoren, om de verbinding tussen het goddelijke en de mens te vergemakkelijken. Het kale hoofd staat tevens voor nederigheid en dienstbaarheid. De kunst van dit chakra is om ons ondergeschikt te maken aan de hogere wetten, en ons te laten leiden door het goddelijke. De heilige zal proberen zijn eigen wil in overeenstemming te brengen met de goddelijke wil. ‘Niet mijn wil geschiede, maar uw wil, want uw wil is ook de mijne.’ Het symbool van de heilige is een bedelaarsstaf, teken van eenvoud en onderdanigheid. Hij heeft zich losgemaakt van iedere wereldse vorm van gehechtheid. Seks, geld en macht spelen voor hem geen rol meer; het gaat hem louter om het dienen van God en de medemens. Zijn bedelaarsstaf is een houten wandelstok waarmee hij op simpele wijze zijn levenspad bewandelt. De schaduwkant van dit archetype is de schijnheilige, de fanaat die het wereldse veracht en zweert bij het spirituele leven, de gelovige die zich als een schaap laat leiden en zelf geen verantwoordelijkheid neemt in zijn leven, de ‘newage’man die mediteert en zich probeert te ontworstelen aan het aardse, de tv-dominee die liefde predikt maar zelf vreemdgaat, de priester die spreekt over God maar onderwijl kinderen seksueel misbruikt, de weldoener die alles weggeeft om er respect of aandacht voor te kunnen krijgen.